De Hoeve

Dierenartsen praktijk

 

Kalkovenlaan 15

1785 Merchtem

052/37.45.82

Consultatie 24 op 24 - 7 op 7 voor spoedgevallen

consultatie mogelijk na telefonische afspraak

Raaplegingen zonder afspraak

Maandag 18:00 - 19:30

Woensdag: 11:00 - 12:00

Medicatie en voeding kan u afhalen tussen 8u30 - 12u en 17u30 - 19u30

VACCINATIE VAN DE KAT

Zoals bij de hond, is het ook bij de kat van belang dat ze goed gevaccineerd zijn. Zonder vaccinaties lopen katten het risico op besmetting met ernstige infectieziekten die levensbedreigend kunnen zijn. Door ze te vaccineren bouwen ze een afweersysteem op tegen bepaalde ziekteverwekkers, waardoor ze bij later contact er beschermd tegen zijn.

Net zoals bij honden, worden pasgeboren kittens tijdens hun eerste levensweken beschermd door afweerstoffen die ze krijgen via de moedermelk. Dit is slechts een tijdelijke bescherming, na het spenen dalen deze afweerstoffen snel waardoor ze weer gevoelig worden voor deze ziektes.

Kittens worden gevaccineerd op de leeftijd van 9 en 12 weken. De eerste vaccinatie geeft door een onvoldoende ontwikkeld afweersysteem en de nog eventuele aanwezige antistoffen van de moeder geen sterke en langdurige bescherming. Ook geeft een éénmalige vaccinatie tegen niesziekte een onvoldoende bescherming. Daarom moet de vaccinatie na drie weken herhaald worden.

Daarnaast daalt het afweersysteem van uw kat met de jaren, dus zijn jaarlijkse inentingen zeker noodzakelijk. Die zorgen dat het afweersysteem van uw kat op peil wordt gehouden, ondertussen is het ook een goede gelegenheid om uw kat eens te laten controleren door de dierenarts.

Er zijn verschillende belangrijke ziektes die met de jaarlijkse inentingen kunnen worden voorkomen, o.a. kattenleukemie, Feline Panleukopenie (Kattenziekte of Feline Infectieuze Enteritis), Feline Calicivirus-infectie (een vorm van niesziekte), Feline Rhinotracheïtis (een vorm van niesziekte), Rabiës (of hondsdolheid), Chlamydia (een oogziekte).

Hieronder worden de verschillende ziektes kort besproken:

Kattenziekte

Deze ziekte is een zeer besmettelijke virusaandoening die een hoog sterftecijfer kent. Typische symptomen zijn algemene loomheid, koorts, braken, waterige tot bloederige diarree. Ook het beenmerg en de lymfeklieren kunnen aangetast worden. Dit geeft aanleiding tot een daling van de weerstand waardoor andere ziekteverwekkers (virussen en bacteriën) vrij spel krijgen.

Niesziekte of ‘kattengriep’

Niesziekte is de meest voorkomende infectieuze aandoening bij de kat. Het wordt veroorzaakt door een hele reeks bacteriën en virussen. Het herpesvirus (FVH-1 of FHeV-1), calicivirus en chlamydia bacterie zijn de belangrijkste oorzaken van deze ziekte. Het is een zeer besmettelijke ziekte. Dragers van deze ziekte gaan, zoals de naam het zegt, niezen en snotteren en krijgen vuile ogen. Niesziekte kan snel verergeren waardoor de katten doodziek kunnen worden. Op tijd behandelen is dus noodzakelijk. Want het grootste probleem bij niesziekte is dat er een chronische vorm kan ontstaan, vooral bij dieren die de eerste infectie opliepen als kitten. Deze katten kunnen hun hele leven aan infecties van de ademhalingswegen lijden.

Het komt voornamelijk voor bij jonge kittens, maar het kan op elke leeftijd voorkomen. Gezien het veelvuldig voorkomen van de niesziekte en het grote besmettingsrisico, wordt er tegen de ziekte gevaccineerd. Elke kat zou het best elk jaar tegen de niesziekte gevaccineerd moeten worden.

Kattenleucose

Leucose is één van de belangrijkste ziekten en doodsoorzaken bij katten! Het leukemievirus verspreidt zich door onderling contact. De tijd tussen de infectie en het ontstaan van de ziekte kan zeer lang in beslag nemen (soms jaren). Een kat die besmet is met dit virus kan er dus perfect gezond uitzien, maar vormt wel een groot gevaar voor haar soortgenoten. De ziektetekens zijn zeer uiteenlopend, zodat er niet echt bepaalde klachten zijn die wijzen op besmetting . Enkele klachten die vaak voorkomen zijn bloedarmoede, diarree, zwakte,…Met behulp van een bloedonderzoek, kunnen we een zekere diagnose stellen.

Hondsdolheid (rabiës)

Anders dan de naam doet vermoeden, is hondsdolheid ook gevaarlijk voor de katten. Het is een virus dat elk zoogdier kan infecteren en, anders dan de meeste infecties bij dieren, is het overdraagbaar op de mens. Hondsdolheid of rabiës tast het zenuwstelsel aan bij de kat. Meestal wordt een kat besmet door een beet, want het virus is aanwezig in het speeksel van een geïnfecteerd dier en het is niet in staat door een intacte huid heen te dringen.

De eerste symptomen die worden gezien bij een kat zijn een overmatig bijten en likken van de bijtwonde. De kat gaat ook een gedragsverandering tonen, een rustige kat kan ineens waakzaam en rusteloos worden, ze worden agressief, gaan wegkruipen. Ook gaan ze minder beginnen eten of uitgehongerd lijken. Ze worden geleidelijk nerveuzer, drukker en geprikkelder, ze worden kwaadaardig en ongecoördineerd in hun beweging. Deze fase van ongecontroleerdheid duurt bij de meeste katten een week, maar bij sommige katten gaat deze fase snel over in verlammingen, coma en overlijden.

Van zodra de uiterlijke kenmerken zoals agressie en verlammingen zijn opgetreden, is een behandeling niet meer mogelijk. Als het virus nog in de wond aanwezig is, en nog bezig is met de migratie, kan eventueel hondsdolheid nog behandeld worden.

In België is ten zuiden van Samber en Maas en op campings, vaccinatie tegen Rabiës wettelijk verplicht. Dit geldt ook voor het buitenland. Soms worden door bepaalde landen (o.a. GB, Zweden,…) nog extra verplichtingen ingesteld. Raadpleeg hiervoor uw dierenarts.

Het bewijs van vaccinatie wordt in het Europees paspoort genoteerd door de dierenarts en is voor de meeste Europese landen 3 jaar geldig. Hou er rekening mee dat het vaccin bij de eerste vaccinatie, pas 21 dagen na toediening werkzaam is! Zorg dus dat u minimum 3 weken voor vertrek uw kat laat vaccineren tegen Hondsdolheid.